Face to Face

“Zie uit naar de HEER en zijn macht, zoek voortdurend zijn nabijheid”.

Bovenstaand vers komt uit Psalm 105. Het is een opdracht om God telkens te blijven zoeken. Letterlijk staat er alleen niet het woord ‘nabijheid’, maar een woord dat met ‘gezicht’ vertaald kan worden. Het Bargoense woord ‘ponem’ is daar van afgeleid. “Zoek voortdurend zijn gezicht.” Aan het begin van een nieuw kerkelijk seizoen lijkt me dat een mooie opgave; Gods gezicht voortdurend te zoeken.

Psalm 105 is een loflied, een lied waarin een deel van Israëls geschiedenis beschreven wordt: van Abraham tot aan het Beloofde Land. De schrijver wil zijn lezers herinneren aan de daden van God uit het verleden. En ze daarmee inspireren tot het zoeken van Gods gezicht in het heden. Het lijkt alsof hij wil zeggen: ik herinner je er nog één keer aan hoe Gods gezicht er in het verleden uit zag, zodat je Hem vandaag ook kunt herkennen. En dat is nu juist wat ik hoop dat we ook in het nieuwe seizoen met elkaar gaan doen: samen Gods gezicht zoeken. In de ontmoeting met die oude woorden, maar ook in de ontmoeting met elkaar.

Ooit kenden we Gods gezicht van heel dichtbij: in Genesis 2 wordt Adam de levensadem ingeblazen. God blaast deze naar binnen via de neus: animatie! De geest, de animus, wordt ingeblazen, en opent Adam de ogen. Wat heeft hij gezien, Gods gezicht? In ieder geval vertelt de rest van de Bijbel grotendeels dat verhaal: van mensen die er naar verlangen Gods gezicht (opnieuw) te zien. Tot aan de evangeliën. Daar trekt Jezus rond en zegt Hij: “wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien” (Joh 14:9). Dichterbij is God niet gekomen. Hoe mooi is het dat steeds weer mensen Gods gezicht herkennen in dat van deze mens. Maar minstens zo mooi is het, dat diezelfde Jezus ons de belofte heeft gedaan, dat zijn Geest in ons woning kan maken, tot op de dag dat Hij zal terugkeren.

En nu? Waar vinden wij nu dit gezicht? Misschien wel in dat van elkaar. Ooit hoorde ik een kloosterbroeder antwoorden op de vraag wat zijn broeders en hij in vredesnaam toch in een klooster deden; “wij proberen in ieder gezicht van een medemens, iets van het gezicht van onze HEER te ontdekken”.

Die uitspraak ben ik nooit vergeten. En ik vind het ook een mooie gedachte om een nieuw kerkelijk seizoen mee binnen te gaan. Als we geloven dat de mens is geschapen naar Gods beeld, dan kan dat beeld worden ontdekt bij ieder mens. Dan kan dat aan het licht komen. Sterker nog: dat gebeurt telkens wanneer we Gods gezicht samen zoeken. Wanneer we ons naar Hem omkeren en opnieuw beseffen hoe God in het verleden en het heden zijn gezicht heeft laten zien, om ons opnieuw de lucht te geven om te ademen.
Oog in oog, face to face met God. Doet u mee?

Garbrich Baalbergen